Bron: Zoom.nl

Zo gebruik je het aanpassingspenseel in Lightroom op een slimme manier!

Het aanpassingspenseel is het perfecte hulpmiddel om kleinere gebieden ergens in de foto lokaal aan te passen. Door met een penseel over jouw foto te schilderen pas je grote vlakken of kleine details gemakkelijk aan, naar jouw specifieke wensen. 

Bewerken waar je maar wilt


Je roept het Aanpassingspenseel op met sneltoets K of klikt hem aan in de gereedschapsbalk onder het histogram. Hiermee bewerk je een plek naar keuze in jouw foto door er met een penseel overheen te schilderen. 

Hoe werkt het? Net als bij het gegradueerd filter zie je een lange rij met schijfregelaars die je vooraf en/of zodra je met het aanpassingspenseel aan de gang bent mag aanpassen. Je past dus alleen het stuk aan waarover je schildert met het penseel.

Stel dus eerst een penseelgrootte in waarmee je comfortabel het juiste gebied in de foto kunt selecteren. De grootte stel je in door aan het muiswieltje te draaien of door rechts onderin bij de gereedschapsopties de schuifregelaar Grootte te bedienen. Vervolgens schilder je over de plek in de foto. Alleen daar wordt jouw lokale bewerking toegepast.

Stel dat je de schaduw onder een boom of naast een huis wat lichter wilt maken. Dan gebruik je misschien een positieve waarde bij de schuifregelaar Schaduwen om de schaduw minder diep te maken zodat je er meer details in ziet.

Het gebied dat je inschildert hoeft niet per se aaneengesloten te zijn. Dus zie je op meer plaatsen schaduwgebieden? Dan kun je die meteen meenemen door ze ook in te schilderen.

Schilder alle fotodelen in die je op dezelfde manier wilt bewerken. Zoals hier de donkere naaldboom.

Zijn er ook lichtgekleurde rotsen die in de felle zon liggen en daardoor een tikje overbelicht lijken? Dit is een heel andere bewerking dan bij de schaduwgebieden, dus klik je eerst op Nieuw bovenin de gereedschapsopties om een nieuwe bewerking aan te brengen. Schilder over de lichtste delen van de rotsen en stel Hooglichten in op een negatieve waarde om de felle lichtpitten naar een aanvaardbaar niveau te brengen.

Dekking van het penseel

Ook nadat je een selectie hebt gemaakt kun je de schuifregelaars nog aanpassen om de bewerking te finetunen. De muisaanwijzer van het aanpassingspenseel bestaat uit twee cirkels. Alleen in de binnenste cirkel wordt de bewerking op volle sterkte uitgevoerd. In de rand er omheen, dus tussen de binnenste en de buitenste cirkel, neemt het effect steeds verder af. Deze afzwakking kun je aanpassen met de Doezelaar. Er ontstaat dus een mooi verloop, waardoor de bewerking vloeiend overloopt in de foto en je de overgang niet hoeft te zien.

Doezelaar, Stroom en Dichtheid helpen om de foto onzichtbaar te bewerken.

Er zijn in dit menu nog twee schuifregelaars waar je veel aan hebt en dat zijn Stroom en Dichtheid.

Standaard werkt het penseel in de binnenste cirkel op volle sterkte. Alleen langs de buitenrand van het gebied is het effect minder vanwege de Doezelaar.
Vaak wil je een bewerking net wat subtieler aanbrengen door het effect stap voor stap op te bouwen. Je kunt het dan beter doseren. In het ene deel van het aan te passen gebied wil je misschien wat minder contrast zien dan in een ander deel van datzelfde gebied.

Die dekkingsgraad van je penseel regel je met de regelaar achter Stroom. Die staat standaard op 100 procent. Zet je die op 20, dan verlaag je de dekking van het penseel naar twintig procent. Je moet nu twee keer over hetzelfde stukje verven om een dekking van veertig procent te krijgen. Of vijf keer voor de volledige dekking van honderd procent.

Je ziet het effect als het goed is duidelijk op de foto zelf. Zet anders het filtermasker (sneltoets O) even aan, dan zie je wat je aan het schilderen bent. Hoe donkerder het rood kleurt, hoe hoger de dekking is en hoe lichter de kleur hoe lager de dekking.

Bovenin is zonder Doezellaar op maximale sterkte één keer geklikt. Eronder is met Doezelaar en een Stroom van 25% meermalen over het gebied geschilderd.

Met de schuifregelaar Dichtheid begrens je de maximale dekking van het penseel. Stel dat je Stroom op tien procent zet en Dichtheid op tachtig procent, dan kun je schilderen wat je wilt, maar je komt nooit boven die tachtig procent uit.

Belangrijk om te weten is dat een verandering in het penseel alleen nieuwe penseelstreken geldt die je aanbrengt. Schuifregelaars met de bewerkingen daarentegen kun je continu veranderen en hebben altijd effect op de volledige bewerking.

Drie penselen

Als je onderin de gereedschapsopties van het aanpassingspenseel kijkt, zie je vlak boven de schuifregelaars waarmee je het penseel instelt dat er drie varianten bestaan: A, B en Wissen.

Er zijn drie penselen: A, B en Wissen.

Standaard is penseel A actief. Dat is jouw primaire penseel. Klik je op B, dan activeer je een alternatief penseel. Je kunt dus twee verschillende soorten penselen met hun eigen instellingen snel door elkaar gebruiken. Simpelweg door tussen A en B te schakelen.

Het derde penseel is wat afwijkend, want met Wissen haal je (zoals de naam al aangeeft) materiaal uit de selectie. Het is dus een gummetje. Je kunt op het penseel Wissen klikken en de schuifregelaars naar smaak aanpassen, maar wat ook kan is tijdens het schilderen de Alt-toets ingedrukt houden: dan schakel je tijdelijk over naar het gummetje. Op die manier schakel je razendsnel tussen schilderen en wissen.

Ook met het gummetje is het belangrijk dat je bijvoorbeeld een doezelaar gebruikt om al te abrupte overgangen in de bewerking te voorkomen.

Automatisch maskeren

Nu is het penseel heel flexibel, maar het blijft lastig om bijvoorbeeld een vlak met een nogal grillige rand te selecteren. Je schildert al snel per ongeluk ergens overheen en moet dat dan weer zien te corrigeren. 
Je kunt Lightroom dit lastige werkje laten doen door het programma automatisch randen te laten opsporen, door de optie Automatisch maskeren aan te zetten. Als je nu schildert detecteert het penseel zelf wat er wel en niet in de selectie moet komen zodra je ergens tegen een rand stuit.

Je schakelt dit per penseel in of uit, dus voor A, B en Wissen afzonderlijk.


Zet Automatisch maskeren aan om het aanpassingspenseel randen te laten detecteren.

Dit werkt het beste als je zo schildert dat de doezelaar een stukje over de rand komt, want daarmee geef je Lightroom de kans om de rand te ontdekken. De binnenste cirkel mag juist weer niet over de rand gaan, want dan is de kans groot dat je alsnog te veel selecteert.

Massaal verhogen of verlagen

Voor sommige bewerkingen heb je best veel schuifregelaars nodig. Misschien pas je contrast, belichting, hooglichten, witte tinten, schaduwen en zwarte tinten wel allemaal tegelijk aan. Heb je de schuifregelaars eenmaal ingesteld en ben je nog niet helemaal tevreden over het resultaat? Dan finetune je gewoon één of een aantal van de schuifregelaars.
Maar als je alle schuifregelaars op eenzelfde manier wilt veranderen, dan is daar een trucje voor. Dat gaat veel makkelijker als je eerst de schuifregelaars instelt en daarna de muisaanwijzer precies boven het bolletje van deze bewerking laat zweven. Houd nu de Alt-toets ingedrukt, zodat de muisaanwijzer in een dubbele pijl verandert.

Houd boven het bolletje de Alt-toets ingedrukt en de muisaanwijzer verandert in een dubbele pijl.

Sleep vervolgens horizontaal om alle ingestelde schuifregelaars tegelijk en met dezelfde hoeveelheid te veranderen.

Schuif je naar links, dan verminder je het effect oftewel de sterkte van de schuifregelaars.

Schuif je naar rechts, dan verhoog je het effect door de sterkte van de schuifregelaars te verhogen.

Alleen schuifregelaars met een waarde veranderen. Dus wat op nul staat blijft netjes op nul staan.

Let op: Omdat alle schuifregelaars meegaan, is het cruciaal dat je dit alleen doet als het ook echt zinvol is dat ze allemaal veranderen. Kleurcorrecties, nevel verwijderen of ruis verwijderen wil je hier vast liever niet in meenemen, maar apart perfectioneren.

Voorinstellingen

Het is wat omslachtig als je telkens opnieuw de schuifregelaars op de juiste manier moet instellen, omdat je bijvoorbeeld vaak dezelfde bewerkingen aanbrengt in je fotografie. Dat los je op door er een voorinstelling van te maken. Daarna hoef je alleen nog maar de juiste voorinstelling op te roepen en kan je meteen gaan schilderen met het aanpassingspenseel.
Hoe doe je dat? Eerst stel je de schuifregelaars op de juiste wijze in. Boven het rijtje schuifregelaars staat links de tekst Effect. Ernaast zie je de tekst Aangepast (of de naam van een voorinstelling die al bestaat) met een dubbele pijl erachter. Als je hierop klikt, krijg je een pop-up-menu te zien met een groot aantal voorinstellingen die je standaard met Lightroom krijgt, zoals Belichting en Contrast.

Klik op de naam achter Effect om de voorinstellingen te zien.

Om jouw eigen instellingen nu als een voorinstelling te bewaren, klik je onderaan op Huidige instellingen opslaan als nieuwe voorinstelling en geef je een naam voor de voorinstelling op. Bijvoorbeeld Schaduwen verbeteren. Dat is alles!

Vanaf nu selecteer je simpelweg jouw eigen voorinstelling uit het rijtje en heb je meteen de juiste schuifregelaars en sterktes te pakken. Afhankelijk van de foto hoef je dan hooguit de sterktes nog wat te finetunen. Het is ook mogelijk om een bestaande voorinstelling te kiezen, deze naar smaak aan te passen, om hem vervolgens als een nieuwe voorinstelling op te slaan.

Geef een reactie