Bron: Photofacts

Beheersing van het bestaande licht betekent het verschil tussen een goede en minder goede fotograaf. Als je je foto’s wilt verbeteren, lees dan dit artikel met een tiental tips hoe je het licht kunt lezen en beïnvloeden.

De meest bekende en gangbare manier om het licht precies zo te krijgen als je het wilt hebben, is teruggrijpen op kunstmatige lichtbronnen. Hierbij kun je denken aan studio- of reportageflitsers en continulicht. Bekendere fotostudio’s zijn beroemd geworden om hun enorme arsenaal aan grote en kleine studioflitsers en lampen.

Kerkhof zonder licht zaklampje

Op dit kerkhof was het aardedonker en is bijgelicht met een kleine zaklamp

Helaas is dat voor de meesten onder ons niet weggelegd. Op een paar gelukkige fotografen na moeten de meeste hobbyisten het doen met hooguit een kleine reportageflitser of met de ingebouwde flitser van de camera. 

Dat betekent echter niet dat je het dan helemaal niet naar je hand zou kunnen zetten. Ook met eenvoudige middelen kun je al een heel eind komen. Eenvoudige middelen die voor iedereen wel beschikbaar zijn en die geen enorme krater in je budget slaan. In dit artikel een aantal voorbeelden waarmee je snel aan de slag kunt.

Als je serieus met fotografie aan de slag gaat, leer je verschillende soorten licht kennen, in plaats an alleen ‘veel’ of ‘weinig’ licht. De gevorderde fotograaf herkent direct de ‘kwaliteit’ van het licht. Hieronder de belangrijkste soorten.

Dit overblijfsel op een urbexlocatie is bijgelicht met een aantal flitsen uit een reportageflitser

1. Zacht of hard licht

Hard licht lijkt altijd een moeilijk begrip voor beginnende fotografen. Het heeft niets te maken met de hoeveelheid licht, maar met de grootte van de lichtbron en de afstand tussen de lichtbron en het onderwerp. Hard licht wordt ook wel direct licht genoemd. Je herkent het aan de schaduwen. Hoe scherper de schaduw, hoe harder het licht. 

Als je de haren van je schaduwbeeld kunt tellen op een zonnige middag, is er sprake van keihard licht. Bij een kleine lichtbron en op grote afstand krijg je dus hard licht. Bij zonlicht ook, ondanks het feit dat de zon natuurlijk heel groot is.

Fel daglicht midden op dag kan goed uitpakken! Foto: Gijs Celie

Het feit dat de zon op grote afstand van de aarde staat zorgt ervoor dat hij relatief klein is. Een ingebouwde- of reportageflitser zijn dichtbij, maar zo klein dat de zuidelijk zichtbare schaduwen geven. Ook hard licht dus. 

Zacht of diffuus licht is ook te herkennen aan de schaduwen; die zijn nauwelijks waarneembaar. Je kunt niet duidelijk zien waar de schaduw begint. Stel je je eigen schaduwbeeld voor, maar dan bij een bewolkte hemel. Zacht licht krijg je bij een grote lichtbron en een kleine afstand. 

Een bewolkte lucht werkt als een gigantisch grote softbox, die veel dichter bij ons staat dan de zon. Dat is ook de reden waarom de flitsers in een fotostudio zo enorm groot zijn. Ze geven heel zacht licht. Dit zachte licht is heel geschikt voor portretten, maar ook voor andere onderwerpen, zoals productfotografie.

Bewolkte lucht diffuus licht

Bij een bewolkte lucht heb je mooi zacht en diffuus licht

2. Tegenlicht

Bij tegenlicht bevindt het onderwerp zich tussen de sterkste lichtbron en de camera. Het is heel gemakkelijk te herkennen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een portretfoto waarbij de laagstaande zon over de schouder van het model schijnt. 

Dit licht kan behoorlijk lastig zijn voor een fotograaf. in het ergste geval schijnt de lichtbron ook nog eens direct in de camera. Als je als fotograaf geen maatregelen neemt, zal dit tegenlicht of in een silhouet eindigen of in een goed belicht onderwerp, maar dan met een uitgebeten witte achtergrond.

Om een silhouettefoto te voorkomen is ingeflitst, met als gevolg een witte, uitgebeten achtergrond

3. Strijklicht

Als het licht zijdelings langs je onderwerp strijkt is er sprake van strijklicht. Bij een portret kun je dan denken aan licht dat van de zijkant van het gezicht komt. Strijklicht is vaak mooi licht om te fotograferen. 

Denk maar eens aan een landschapsfoto waarbij het licht van de zijkant komt. Het licht en ook de schaduwen laten de vormen van het landschap mooi tot uiting komen. Deze schaduwen bij licht van de zijkant geven een portret ook diepte.

Boom met strijklicht, te zien aan de schaduw aan de rechterkant van de boom

4. Hoe zet je het licht naar je hand?

Om het licht naar je hand te kunnen zetten zul je eerst moeten begrijpen hoe de kwaliteit en de richting van het licht zijn. Pas als je weet met wat voor licht je te maken hebt en welke problemen dit licht meebrengt, kunt je bedenken welke maatregelen je moeten nemen om het licht te veranderen. 

Dit kun je iedere dag oefenen, met of zonder camera. Op elk moment van de dag, tijdens je werk op kantoor, op de fiets, in de sportschool, tijdens een wandeling, overal kun je even het licht analyseren. 

Zoek daarbij vooral naar de schaduwen. Is er sprake van hard of zacht licht? Van welke richting komt het licht? Welke kleur heeft het? Als je dat vaker oefent, zul je zien dat het analyseren van het licht een tweede natuur wordt en dat je tijdens het fotograferen hier veel voordeel uithaalt.

Probeer het licht te analyseren en te lezen

5. Tijdstip

De eenvoudigste manier om een foto te maken met mooi licht is natuurlijk het moment van de dag te kiezen dat het licht op z’n mooist is. Als je tijdens het middaguur een portretsessie wilt doen op een stralende, zonnige dag, zul je er al snel achter komen dat je model haar ogen dichtknijpt tegen de zon en dat er vervelende schaduwen op het gezicht ontstaan. 

Het licht is op dat moment keihard en fel. De shoot op een ander moment van de dag plannen is natuurlijk de simpelste en beste oplossing. Vroeg in de ochtend of laat in de middag biedt natuurlijk betere mogelijkheden. 

Maar wat doe je als je het tijdstip niet meer kunt veranderen? Dan zul je moeten roeien met de riemen die je hebt. Gelukkig zijn er enkele eenvoudige hulpmiddelen en tips die je kunnen helpen om onder deze omstandigheden toch een goede foto te maken.

Zelfs midden op de dag in de felle zon kun je nog portretfoto’s maken, als je maar goed oplet hoe het licht valt

6. Reflectiescherm

Eigenlijk mag dit hulpmiddel niet ontbreken in je uitrusting. Een kleintje is al te koop voor iets meer dan 10 euro en een grote voor minder dan 25 euro. Voor de prijs hoef je het dus niet te laten. Een opvouwbaar scherm is gemakkelijk mee te nemen, het past eenvoudig in de meeste fototassen. 

De meest gebruikte schermen zijn van het toe 5-in-1, waarbij je dus eigenlij 5 verschillende schermen in één keer koopt. Er zit een wit, zwart, zilver, goud en diffuus scherm bij. De witte, gouden en zilveren zijde zijn om het licht te weerkaatsen. 

Als je bijvoorbeeld bij een opname in tegenlicht een model iets meer wilt belichten, dan kun je met deze drie schermen het licht weerkaatsen in de richting van het model. De witte zijde geeft een neutrale, zachte weerkaatsing. Met de gouden zijde krijgt het weerkaatste licht een warmere kleur en met zilver geef je wat meer pit aan het licht.

Het verschil in belichting zonder en met gebruikmaking van een reflectiescherm

De zwarte zijde doet het tegenovergestelde, die gebruik je om licht weg te nemen en schaduwen extra donker te maken. Het diffuse scherm gebruik je om licht (bijvoorbeeld hard zonlicht) zachter te maken. Als je het scherm tussen de zon en je model houdt, vergroot je de lichtbron en maak je het licht zachter. 

Als je geen reflectiescherm (bij je) hebt, zul je moeten improviseren. Dat kan bijvoorbeeld met een groot vel wit papier of een stuk piepschuim. Je kunt ook iemand met een wit t-shirt vlak bij je onderwerp laten staan om een schaduwzijde op te lichten. 

Hiervoor kun je ook een witte muur of deur gebruiken. Als je onderwerp maar dichtbij genoeg is. Het weerkaatsende onderwerp moet wel wit zijn. Kleurtjes zie je namelijk terug in de schaduwpartijen.

Licht weerkaatsen via een reflectiescherm is niet erg moeilijk. Als je goed kijkt, kun je precies zien wat de weerkaatsing doet. Door het scherm wat heen en weer te kantelen zie je meten welke stand het beste licht in de schaduwpartij werpt. Zie je helemaal geen verschil? Probeer het scherm dan wat dichter bij het onderwerp te houden.

Natuurlijk licht kun je mooi sturen met een reflectiescherm

Het is handig om een assistent bij je te hebben die het scherm voor je vasthoudt! Reflectieschermen kun je heel goed gebruiken om donkere schaduwen op te lichten, zoals schaduwen onder de ogen bij een portret. 

Maar je kunt er ook de achtergrond mee donker maken. Hoe meer licht erop het onderwerp komt, des te korter de belichting. En als je de achtergrond niet belicht met het reflectiescherm, wordt die vanzelf donkerder. Ook ontstaan er bij gebruik van een reflectiescherm mooie lichtjes in de ogen, wat best een pluspunt is bij portretfotografie.

7. Schaduw

Als je onderwerp in direct en lelijk zonlicht staat, dan kun je je model natuurlijk verplaatsen. Vaak is er wel iets in de omgeving te vinden wat het licht diffuser maakt of van richting verandert. Denk aan een boom of een afdak als je buiten bent. Het bladerdak van een boom blokkeert het licht grotendeels. 

Het licht komt nu ook meer van opzij dan wanneer je model in het directe zonlicht staat. Daardoor zullen de schaduwen mooier vallen en krijgt de foto meer diepte. Als je in de buurt van een gebouw bent kun je natuurlijk ook naar binnen gaan.

Portretfoto’s voor een raam waardoor licht naar binnen valt zijn altijd mooi

Een deuropening of een raam zorgt voor meer flatterend licht. Door je onderwerp dichterbij een raam te zetten of juist verder weg, bevinvloed je de verhouding tussen de belichte delen en de schaduwpartijen. Speel hier eens mee voor een zo mooi mogelijk resultaat. 

Bij een raam kan het ook een optie zijn om de gordijnen dicht te maken. Zeker als het vitrages zijn. Die werken namelijk als een groot diffuus reflectiescherm. Hoe dichter het onderwerp bij de vitrage staat, hoe zachter het licht wordt. Dat kan zeker bij portretten heel mooi zijn!

8. Bij hard zonlicht

Vaak wordt hard zonlicht, vol tegenlicht of licht recht van onder of van boven afgeraden. Toch kun je ook bij dit licht heel goed fotograferen. bij hard zonlicht gooi je je sluitertijden omhoog zodat je net geen uitgebeten hooglichten meer hebt. Dat levert een prachtig, broeierig resultaat op. 

Bij tegenlicht vul je het in met een reflectiescherm en je het fantastisch zacht, warm licht. Licht recht van onder of van boven vul je in met een reflectiescherm om de balans te hervinden en het levert vaak uniek en ongewoon licht op.

Je kunt schaduw opzoeken of creëren, desnoods met je handen!

9. Licht verminderen

Wat voor de ene situatie prachtig licht is kan bij een andere helemaal verkeerd uitpakken. Soms zoek je juist diepe schaduwen en moet je het tegenovergestelde doen van bij licht, namelijk licht wegnemen. In plaats van een licht vlak gebruik je een zo donkere mogelijk of zwart vlak.

De mogelijkheden tot het donker maken van schaduwen zijn wat beperkter dan die van het bijlichten, maar ze zijn er wel. Het is zeker de moeite waard om ook hier eens mee te spelen.

Goed ingeflitste foto en foto met mooi strijklicht

10. Hele foto lichter

Als de gehele foto te donker is kun je de belichting aanpassen op de camera. Je kunt bijvoorbeeld het diafragma groter maken (kleiner getal) of de sluitertijd verlengen. In beide gevallen komt er meer licht op de sensor. 

Bij een groter diafragma zal de scherptediepte kleiner worden, wat misschien niet altijd gewenst is. Bij een langere sluitertijd loop je de kans dat je niet meer uit de hand kunt fotograferen. Een statief is dan eigenlijk een must. 

Red je het niet met diafragma of sluitertijd? Zet dan de Iso-waarde omhoog. Daardoor wordt het beeld ook lichter, maar loop je wel meer risico op ruis in je foto.

Geef een reactie