Gebruik spotmeting voor perfect belichte foto’s

Bron: Zoom.nl

Kijk naar het licht

Licht is het belangrijkste onderdeel van een foto. Zonder licht kun je tenslotte niets beginnen. Het meten van dat licht is dus automatisch een belangrijk aspect in de fotografie. Veel fotografen weten niet dat je camera daar verschillende manieren voor heeft. Eentje daarvan is Spotmeting. Wat is dit voor meetmethode en wanneer gebruik je hem?

De manier waarop het licht gemeten wordt is van (grote) invloed op hoe de belichting en dus de uiteindelijke foto uitvalt. Bij iedere foto de je maakt wordt een lichtmeting gedaan door je camera. Het woord zegt het al, de camera meet dan het licht in de scene die je wilt fotograferen. Je camera heeft verschillende manieren om dit te doen en het is goed ze te kennen, zodat je voor iedere situatie de juiste lichtmeting kunt gebruiken. 

Spotmeting

Bij een spotmeting wordt het licht gemeten op één punt (spot) in het beeld, waarbij de lichtomstandigheden in de rest van je beeld buiten beschouwing worden gelaten. Deze meting is bijvoorbeeld bruikbaar bij het maken van een portret bij tegenlicht of bij een andere situatie waarin grote contrastverschillen zitten, waarvan je niet wilt dat ze van invloed zijn op de lichtmeting op je onderwerp. Spotmeting kan in sommige specifieke situaties uitkomst bieden, maar als je niet precies weet hoe het werkt kan het gebruik van spotmeting een risico zijn.


Wil je gewoon een ‘ideaal’ belichte foto en is de lichtsituatie nogal gevarieerd in je beeld, dan is dan is het lukraak gebruik van spotmeting een risico. Vooral ook omdat je camera erg goed is in het meten van het licht, maar aan de andere kant natuurlijk niet weet wat voor een foto jij precies wilt maken. Je camera meet het licht en komt met een ‘uitslag’ in de vorm van een gemiddelde – vaak een compromis. Voor specifieke situaties, bijvoorbeeld in tegenlicht, krijg je vervolgens niet het beeld dat je voor ogen hebt. Je camera gaat bij het meten van het licht namelijk uit van een standaard- of ideaalsituatie. Deze wordt middengrijs genoemd. De camera past na de lichtmeting de belichting aan tot een beeld waarin de gemeten helderheid in het beeld overeenkomt met het standaardbeeld. Meet je een helder of lichtgekleurd vlak, dan zorgt de camera ervoor dat je beeld donkerder wordt. Meet je een donkere plek, dan wordt de foto lichter. Dat is voor die donkere plek vaak niet erg en misschien zelfs wenselijk, maar lichtere delen in je beeld worden evenredig lichter. En andersom. Dat is vaak niet de bedoeling. De specifieke situaties waarin dit juist wel nodig is zijn dus ideaal voor het gebruik van spotmeting.  

Het werken met deze verschillende meetmethoden vereist dus kennis, inzicht en ervaring. Toch kun je al snel zien wat de verschillende instellingen zoals spotmeting voor effect geven als je experimenteert in diverse lichtsituaties. Test dit maar eens, bij voorkeur in een situatie met grote lichtcontrasten. Dan zie je de verschillen meteen en kun je ervaring opdoen met het bepalen van de juiste lichtmeetmethode voor je onderwerp. Zo kun je in de toekomst meer vertrouwd ‘schakelen’ tussen de verschillende opties. 

In onderstaande fotosituaties kan spotmeting een handig hulpmiddel zijn – mits je het licht meet op de juiste plek.

Geef een reactie

error: Content is protected !!