Heb jij je ooit afgevraagd hoe het kan dat een landschap er zo mooi glad uitziet op een foto? Of hoe je een foto zo maakt dat alle waterspetters bij een zwemmer zo goed op de foto staan? Het komt vaak door de sluitertijd. Hiermee kun je ontzettend veel: de actie van een moment vangen, of juist beweging in je foto krijgen. Dit doen de verschillende sluitertijden met je foto.

Korte sluitertijd

Op onderstaande afbeelding zie je duidelijk wat verschillende sluitertijden doen bij een foto. Op de afbeelding linksboven zie je de straal alsof deze zo uit de kraan komt. Met een kortere sluitertijd, zoals bij de afbeelding rechtsonder, wordt de straal meer opgebroken. Zo’n korte sluitertijd zorgt ervoor dat er slechts een fractie van het licht de sensor bereikt.


Sluitertijd wordt weergegeven als 1/seconde. Bij een sluitertijd van 1/2000 wordt de sensor dus 1/2000e van een seconde blootgesteld aan licht. De langste sluitertijd op een camera is 30s. Dan staat het schuifje dus ook echt dertig seconden open.

Actie

Een korte sluitertijd kun je goed gebruiken bij een actiefoto. De beweging gaat namelijk heel snel of vindt slechts een kort moment plaats. Dan heb je ook maar een fractie van een seconde om het op de foto te krijgen. Deze foto is genomen met een sluitertijd van 1/1250, erg snel dus, waardoor de hond in een springende houding op de foto kon worden gezet.


foto: devosnickphotography · Nikon D750 · ISO 1000 · F 2.8 · 1/1250 SEC · 200 MM

Ook bij sport is een korte sluitertijd handig, zodat je echt de actie pakt. Op deze foto zie je zelfs nog de waterspetters in de lucht door de sluitertijd van 1/800.


foto: kvphotography · Canon EOS 70D · ISO 800 · F 4.0 · 1/800 SEC · 100 MM

Lang

Met een lange sluitertijd bereik je juist het tegenovergestelde effect. Waar je bij een korte sluitertijd de beweging bevriest, laat je de beweging er bij een lange sluitertijd juist vloeiend uitzien. Zo kun je bijvoorbeeld een landschap gladstrijken of de beweging van het water bij een waterval laten zien. Dit kan bijvoorbeeld een spannendere foto opleveren dan een foto van een landschap of waterval met een korte sluitertijd.

Op deze foto’s zie je duidelijk het verschil tussen een korte en lange sluitertijd. Bij de eerste foto zie je de beweging van het water, terwijl je op de tweede foto een fractie van de actie ziet.


foto: steve1976 · Canon EOS 60D · ISO 0 · F · SEC · MM


foto: arjen48 · DSC-HX350 (SONY) · ISO 80 · F 3.5 · 1/8 SEC · 14 MM

Het eerste landschap is genomen met een lange sluitertijd, waardoor het lijkt alsof het water en de lucht gladgestreken zijn. De tweede foto is gemaakt met een korte sluitertijd. Daarbij zie je elke wolk heel goed.


foto: marcojongsma · Canon EOS 6D · ISO 100 · F 11.0 · 3 SEC · 24 MM


foto: wardkeijzer · Nikon D7200 · ISO 100 · F 1.8 · 1/5000 SEC · 35 MM

Donker

Het kan verleidelijk zijn om met een lange sluitertijd te werken als er weinig licht is. Maar pas hier wel mee op, want de foto kan dan al snel bewogen zijn als je vanuit de hand fotografeert. Gebruik bijvoorbeeld een statief om dit te voorkomen. Je zou ook kunnen overwegen om het diafragma of de ISO hoger te zetten. Bij een hogere ISO moet je wel weer rekening houden met mogelijk ongewenste ruis.

Overbelicht

Een foto kan bij een lange sluitertijd snel overbelicht raken. Om dit te voorkomen kun je een ND-filter gebruiken. Dit filter blokkeert het licht dat in de sensor valt en zo kun je een langere sluitertijd gebruiken zonder dat je foto veel te licht wordt.

Geef een reactie