Bron: Zoom.nl

Elke lens, hoe kostbaar ook, kan een beetje afwijken qua scherpte. Dat zie je doordat de lens net vóór of juist net achter het punt scherpstelt dat je graag scherp wilt hebben. Dat is geen kwestie van een kapotte of een slechte lens, het is normaal dat lenzen op dit gebied miniem af kunnen wijken. Fabrikanten geven dit ook aan. Daarom is het belangrijk dat je zelf in de gaten houdt of dit ook voor jouw lens geldt. 

Als je een kostbare lens aanschaft, dan wil je zeker weten dat die lens ook scherpstelt op precies de goede plek. Soms zit een lens er echter net iets naast. Veel camera’s bieden de mogelijkheid om je lens in-camera te kalibreren, zodat je dat probleem eenvoudig op kunt lossen. Hoe gaat dat in zijn werk?

Als je foto’s de scherpte vaak nét op de verkeerde plek hebben liggen, maar je niet twijfelt aan je eigen skills, dan kan het dus zijn dat je lens een kleine afwijking heeft. Gelukkig is dit eenvoudig en snel op te lossen, al lijkt de procedure voor veel fotografen ingewikkeld. 

Testkaart

Veel camera’s hebben een ingebouwde mogelijkheid om de autofocus af te stellen. Bij Nikon heet dat bijvoorbeeld ‘AF Fine-tune’ en bij Canon vindt je deze functie onder ‘AF Micro adjustments’ terug. In principe kun je de procedure uitvoeren op elk moment en met elk onderwerp, maar voor een accurate meting is het goed om een testkaart te gebruiken. Die testkaart, dat is een kaart of plaat waarop zich een centraal punt of een centrale lijn bevindt met daaromheen gemarkeerde lijntjes en symbolen die laten zien of je camera-lenscombinatie op de juiste plek scherpstelt. Die kaarten worden door allerlei fabrikanten gemaakt en zijn eenvoudig verkrijgbaar. 

Zet je camera stevig neer op een statief op een afgemeten afstand van de testkaart. Vaak staat hier 25 keer de brandpuntsafstand van je lens voor. Bij een 35mm wordt dat dus 875mm, 87,5 cm. Heb je een zoomlens, dan kun je het beste kiezen voor de brandpuntsafstand die je het meeste gebruikt, want vaak kun je maar één waarde instellen als standaard. Ook wordt geadviseerd om het diafragma weidopen te zetten, bijvoorbeeld f/1.8 of f/1.4 als je lens dat kan. Stel vervolgens scherp op de middellijn op de testkaart en maak een foto. Stel nu stapsgewijs de afstelling aan in het menu. 

Maak vijf foto’s met verschillende waardes, +1, +2 tot +5 en ook andersom, -1 tot en met -5. Kijk vervolgens op welke foto de scherpte het best op zijn plek, dus op de centrale lijn, ligt. Stel die waarde vervolgens in als standaardwaarde. Zo zal iedere foto die je vanaf dat moment maakt exact scherp zijn op de plek waar jij scherpstelt.

Opgepast 

Je begrijpt dat het aanpassen van deze waarden direct invloed heeft op de prestaties van je autofocus-systeem. Als het goed is wordt je autofocus er natuurlijk accurater van, maar het zomaar aanpassen van deze waarden kan ook betekenen dat je lens slechter gaat presteren. 

Zorg er dus voor dat je goed weet wat je doet als je met deze zaken aan de gang gaat en probeer andere oorzaken van de afwijkende scherpte vooraf uit te sluiten.