Wanneer kun je nou beter autofocus of handmatig scherpstellen? Toine Westen geeft je uitleg en tips.

Bron: Zoom.nl

Je oog past zich razendsnel aan. Wanneer je opkijkt vanuit je boek naar het vogeltje in de tuin, zie je ze direct scherp. Mensen zijn hierdoor gewend om de onderwerpen waarnaar we kijken altijd scherp te zien. Daarom zoekt je oog ook automatisch naar de scherpe delen in een foto. Aan de ene kant kun je daar dankbaar gebruik van maken door slechts een klein deel van de foto scherp te stellen en daar de aandacht van de kijker heen te trekken. Aan de andere kant kan het je ook straffen, want is het onderwerp onscherp, dan wordt de foto vaak als “niet goed” beschouwd.

De twee belangrijkste oorzaken van onscherpe foto’s zijn:
1. scherpstellen op het verkeerde punt
2. beweging (van de camera of het onderwerp)

Wanneer je fotografeert in de vol-automatische stand van je camera, dan zal je camera beslissen op welk gebied in het beeld wordt scherpgesteld. Vaak gaat dit goed, maar het gebeurt ook regelmatig dat je camera op iets anders scherpstelt dan dat jij had bedoeld.

Dat levert dan bijvoorbeeld de linker foto op in plaats van de rechter…

Alle instellingen zijn in deze beide foto’s zijn gelijk, behalve het scherpstelpunt.

Wil jij liever zelf bepalen waar in de foto wordt scherpgesteld? Dan is het aan te raden om de camera te gebruiken in de semi-automatische stand of helemaal handmatig in te stellen. In beide gevallen heb je dan voor het scherpstellen de keuze tussen autofocus en handmatig scherpstellen.

Autofocus

Wanneer je gebruik maakt van de autofocus, dan zie je door je zoeker een aantal puntjes: de scherpstelpunten, of focuspunten genoemd. Het aantal scherpstelpunten dat je ziet varieert tussen verschillende merken en modellen (en kan liggen tussen enkele tot enkele tientallen).


Links 5 scherpstelpunten in de Nikon D70s, rechts 51 punten in de Nikon D800.

Als je de ontspanknop half indrukt, dan licht het actieve scherpstelpunt op. Meestal is dit automatisch het middelste punt, maar vaak is dat niet waar het onderwerp zich in je beeld bevindt. Je hebt nu twee opties:

1. Je kiest een van de andere scherpstelpunten, die wel over je onderwerp heen valt. Je kunt het actieve scherpstelpunt verplaatsen met de cursor achterop je camera of een van de wieltjes (zie de gebruikshandleiding van je eigen camera welke voor jou camera geld).

2. Je laat het middelste scherpstelpunt actief en verplaatst je camera op zo’n manier dat dit punt over je onderwerp heen valt. Nu druk je de ontspanknop half in om scherp te stellen, beweegt terug naar je gekozen compositie (terwijl je de ontspanknop half ingedrukt houdt) en drukt nu door om de foto te maken.

De tweede optie heeft als bijkomend voordeel dat het middelste scherpstelpunt meestal het gevoeligste is. De autofocus zal op dit punt vaak beter presteren in moeilijke omstandigheden (bijvoorbeeld bij weinig licht), dan op de andere punten.

Tip: Probeer uit welke methode jij het prettigste vindt werken. Oefen het scherpstellen goed, zodat je het helemaal onder de knie hebt als het moment zich voordoet waarop je die supermooie foto wilt maken.

In een foto als deze kun je op tientallen dingen scherpstellen. Probeer in zo’n situatie eens wat verschillende dingen uit.

De autofocus standen

Daarnaast kun je kiezen uit verschillende standen voor enkelvoudige of continue autofocus (AF) op het onderwerp:

1. AF-S (Nikon) / One shot (Canon): enkelvoudige AF op een (stilstaand) onderwerp. Na half indrukken van de ontspanknop stelt de camera eenmalig scherp en blijft hij op dit punt scherpgesteld, ook als het onderwerp beweegt.

2. AF-C (Nikon) / AI servo (Canon): continue AF op een (bewegend) onderwerp. Na half indrukken van de ontspanknop blijft de camera scherpstellen op het onderwerp, waarop het gestart is (zolang dit zich onder de beschikbare scherpstelpunten blijft bevinden).

3. AF-A (Nikon) / AI focus (Canon): de camera kiest automatisch welke van bovenstaande AF standen van toepassing is. Na half indrukken van de ontspanknop start de camera met enkelvoudige AF; als het onderwerp beweegt, gaat de camera over op continue AF en de AF wordt weer vastgezet als het onderwerp stil staat.

De autofocus is in veel situaties een fantastisch hulpmiddel, maar niet altijd. Bijvoorbeeld wanneer er weinig of geen contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond. Of wanneer je onderwerp zich achter een voorgrond bevindt (bijvoorbeeld een hert dat tussen het struikgewas loopt). In zulke gevallen kun je beter handmatig scherpstellen.

Handmatig scherpstellen

Voordat je begint met handmatig scherpstellen, is het belangrijk dat je je camera en objectief (wanneer mogelijk) beiden op M (manual focus) zet. Op die manier voorkom je schade aan een van de twee.

Het principe van handmatig scherpstellen is heel simpel. Je draait aan de scherpstelring, totdat het beeld in de zoeker scherp wordt weergegeven. In de praktijk blijkt dit soms toch lastiger dan het klinkt. En mijn belangrijkste tip is daarom: oefen handmatig scherpstellen vaak en in verschillende situaties.

Het zou toch zonde zijn als zich een prachtig fotomoment voordoet, waarin de autofocus het niet doet en je niet goed weet hoe je handmatig moet scherpstellen?

Handmatig scherpstellen wordt vaak toegepast bij macro- en landschapsfotografie. Op die manier heb je als fotograaf de grootste invloed op het exacte scherpstelpunt in je foto. Gebruik je hierbij een statief (iets dat ik je zeker zou aanraden!)? Dan heb ik nog twee tips voor je:

1. Maak (als je camera dat kan) gebruik van live view tijdens het scherpstellen. Hiermee kun je inzoomen op je beeld zonder daadwerkelijk de zoom te gebruiken, waardoor je veel beter ziet of je goed hebt scherpgesteld dan door de zoeker.

De pijlen geven aan waarop is scherpgesteld; links ingezoomd in live view en rechts in de uiteindelijke foto.

2. Zet je beeldstabilisatie uit, wanneer je vanaf een statief fotografeert.

Sommige objectieven en camera body’s maken gebruik van beeldstabilisatie om scherpere foto’s te kunnen maken. Deze functie werkt heel goed om bewegingsonscherpte te voorkomen wanneer je uit de hand fotografeert. Maar fotografeer je vanaf een statief, dan kan het juist tegen je werken met onscherpe foto’s als resultaat!

Geef een reactie